Bekende figuren uit de verhalen van Heer Bommel en Tom Poes

Heer Bommel

Heer Bommel en Tom Poes kennen we allemaal wel. Maar er speelde natuurlijk nog veel meer figuren mee in de verhalen van Marten Toonder. Hieronder een lijst met bekende figuren uit de verhalen van Heer Bommel en Tom Poes.

  • Bulle Bas, de gezagsgetrouwe politiecommissaris (‘Je bent er gloeiend bij, Bommel! Hoe is je naam?’)
  • Joost, de trouwe bediende (‘In dat geval zie ik mij genoodzaakt om u mijn ontslag aan te bieden’, waarna heer Bommel altijd in paniek raakte)
  • Markies de Cantecleer van Barneveldt, een parmantige haan van adel die als vertegenwoordiger van het oude geld neerkijkt op Bommel, die slechts over nieuw (maar wel méér) geld beschikt (‘Parbleu, eh Bommel’)
  • Wammes Waggel, de domme gans die alles leuk vindt (‘Hallo luitjes, hihi, wat enigjes’)
  • Kapitein Wal Rus, kapitein op de wilde vaart (noemt Bommel: Bobbel, Boffels, Bommers, Blobbers, Blommers, Boffers, Bobbels, Hobbels, Bubbels, Blubber, Broddel, maar nooit ‘Bommel’)
  • Bul Super en Hiep Hieper, gewetenloze boeven (‘Dit is een superzaak, Hieper’)
  • Terpen Tijn, schilder en arties (‘Grofstoffelijk vleeslichaam’, ‘vibraties’)
  • AWS (Amos. W. Steinhacker), bovenbaas en oliekoning (‘Noem me geen meneer, ik ben geen minvermogende’).
  • Hocus P. Pas, kwaadaardige tovenaar (‘Schaduw op uw pad’)
  • Professor (Joachim) Sickbock, duivelse wetenschapper (‘ei, ei’)
  • Pee Pastinakel, tuinier van het bos (‘De natuur gaat ipsen en ik ook. Dat is natuurlijk. Maar eerst moet ik de mir bergen’)
  • Juffrouw (Anne Marie) Doddel, heer Bommels heimelijke liefde, met wie hij in het laatste verhaal trouwt (‘Zeg toch Doddeltje, mallerd’)
  • Grootgrut, de kruiperige kruidenier (‘Wie is er weer de dupe? De kleine
    middenstander!’)
  • Dorknoper, de onkreukbare ambtenaar eerste klasse die alleen maar in ambtelijke regels en formulieren kan denken (‘Een ambtenaar heeft ook gevoel, al wordt
    dat dikwijls over het hoofd gezien’)
  • Argus, de journalist (‘Het geeft niet wat je schrijft, als je maar schrijft’)
  • Drs Zielknijper, de psychiater, die al een diagnose klaar heeft zonder naar zijn patiënt te luisteren (‘Ik zie dat zo dikwijls in mijn praktijk’)
  • Prlwytzkofski, de professor, onderzoeker en stadsfenomenoloog, die onderzoek doet naar van alles en nog wat, maar zich nooit afvraagt of zijn onderzoek enige zin heeft (‘Praw’)
  • Dickerdack, de burgemeester, die er vooral op uit is zichzelf onsterfelijk te maken door straten, pleinen en plantsoenen naar zich te laten vernoemen (‘Doe iets Bas!’)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.