De clichés van Henk Broekhuis

Karel van het Reve

In de jaren ’70 schreef Karel van het Reve onder het pseunoniem Henk Broekhuis een column in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad, waarin hij dikwijls herhaalde uitspraken de grond in boorde.

  1. Er is nauwelijks een zichzelf respecterende intellectueel in de westerse wereld te vinden, die niet gelooft dat vele in dromen, beeldende kunst en literatuur voorkomende potloden en andere langwerpige dingen fallische symbolen zijn.
  2. Bij het vorige stukje hebt u misschien gedacht: nou ja, dat van die potloden, dat geloven misschien een heleboel mensen, maar ik geloof dat helemaal niet. Maar nu heb ik iets dat u vast en zeker ook gelooft: dat kunstenaars gevoelens uitdrukken.
  3. Bijna iedereen denkt dat Philips best gloeilampen zou kunnen maken die niet stukbranden, maar dat niet doet omdat Philips dan failliet zou gaan want dan hoefde je maar één keer zo’n lamp te kopen.
  4. Bijna iedereen gelooft dat in de bijbel staat dat Cham zijn dronken en blote vader Noach bespot heeft.
  5. Op welhaast alle scholen zegt de meester dat je herhaling van hetzelfde woord moet vermijden.
  6. Bijna iedereen gelooft dat massaproductie tot grauwe eenvormigheid leidt.
  7. De belangstelling van de massa voor onzinnige dingen – voetbal, maanreizen, tweede huizen, koninklijke huizen – wordt door sinistere machten opgekweekt en aangewakkerd en georganiseerd om de aandacht van de massa van de echt belangrijke dingen af te leiden.
  8. Menig moderne theoloog is de mening toegedaan dat een colloquiale bijbelvertaling beter is dan een deftige.
  9. Nog niet zo lang geleden vond bijna iedereen dat het in de bres springen voor vervolgden in communistische landen schadelijk was voor die vervolgden en daarom beter achterwege kon worden gelaten.
  10. Wat je ook vaak hoort is dat je de feiten niet begrijpen kunt als je de achtergronden niet kent.
  11. Iedere krant krijgt van tijd tot tijd een ingezonden stuk van iemand die er voor pleit om in de krant geen buitenlandse woorden zoals happening of economie of typewriter te gebruiken, maar gewone Nederlandse, voor iedereen begrijpelijke woorden zoals gebeurtenis, staathuishoudkunde en schrijfmachine.
  12. Een lezer schrijft: ‘Is dan niets u heilig? Vindt u het niet een beetje kinderachtig om de wijsheid van eeuwen met een paar gemakkelijke sneers af te doen? Straks gaat u nog beweren dat je bij eb gerust de zee in kunt gaan, terwijl ik uit eigen ervaring weet dat het zwemmen bij eb veel gevaarlijker is dan het zwemmen bij vloed!
  13. Een vormingsleider is nog geen vijf minuten bij je in huis of je hoort hem al zeggen dat niet de verschijnselen, de symptomen, bestreden moeten worden, maar de oorzaken.
  14. Je kunt al vijftig jaar lang geen deur opentrekken en geen radio aanzetten of iemand zegt dat wij in een haastige tijd leven.
  15. De armen worden steeds armer en de rijken worden steeds rijker.
  16. Seks en geweld zijn in boeken, films en op de tv alleen geoorloofd als ze functioneel zijn.
  17. Veel Nederlanders, zelfs als ze bij de laatste verkiezingen op de Partij van de Arbeid gestemd hebben, geloven dat een socialistische economie te verkiezen is boven een kapitalistische.
  18. Uit het in een taal al of niet voorkomen van een woord kan worden geconcludeerd tot het al of niet voorkomen van het door dat woord aangeduide ding bij de sprekers van die taal.
  19. Vergelijkingen dienen ter verduidelijking.
  20. Dit is ook een heel bekende: een aanzienlijke vermindering der bewapening zou wel tot moeilijkheden leiden in de Amerikaanse economie, maar niet tot moeilijkheden in de Russische economie.
  21. Veel docenten menen dat het zin heeft om, sprekend over een tekst, de aandacht te vestigen op alliteratie.
  22. Als je een kamer binnenkomt of je zet de radio aan, dan val je soms midden in een vraag. En die vraag luidt: wat heb je aan je vrijheid van meningsuiting als je toch je zin niet krijgt en er niets verandert?
  23. Mensen die over kunst (literatuur, schilderkunst, muziek etc.) schrijven en spreken geloven meestal dat slechte kunst geen kunst is.
  24. Welhaast iedere halfzachte is bereid tot de uitspraak dat geweld geoorloofd of althans begrijpelijk is wanneer alle andere middelen om je doel te bereiken gefaald hebben.
  25. Er bestaat een oude theorie die zegt dat de mens van zijn ervaring leert.
  26. Wat je in de jaren zestig veel hoorde was de stelling dat wij door de reclame gedwongen worden dingen te kopen die we niet nodig hebben.
  27. De nu volgende opinion is, schat ik, iets van honderdvijftig jaar oud: de beschrijving van een ding moet bepaalde eigenschappen met dat ding gemeen hebben.
  28. Veel christenen en heidenen zijn er gelijkelijk van overtuigd dat je niet over je mag laten lopen.
  29. Sommige kunst is escapisme.
  30. In veel kranten wordt de indruk gewekt dat de ‘bende van vier’ echt bestaan heeft.
  31. De joodse spijswetten zijn in oorsprong hygiënische maatregelen.
  32. Toch kan niet ontkend worden dat de Russische revolutie enig goeds gebracht heeft.
  33. Menige lezer denkt dat zijn conversatie briljanter en redelijker wordt als hij van tijd tot tijd het woord ‘creatief’ gebruikt.
  34. Iemands gedrag in een boek moet ‘psychologisch verantwoord’ zijn.
  35. Als bepaalde akelige dingen in de geschiedenis je niet bevallen, dan zijn er altijd mensen die tegen je zeggen: ja, die dingen die waren misschien voor de betrokkenen wel vervelend, maar ze waren, dat moet je goed begrijpen, historisch noodzakelijk.
  36. Sommige dingen, die in onze tijd voorkomen, horen niet bij onze tijd.
  37. Je hoort vaak de woorden ‘wetenschappelijke methode’. Daardoor wordt de indruk gewekt dat er een wetenschappelijk methode bestaat.
  38. Schrijvers verrijken de taal.

Bron: Karel van het Reve, Uren met Henk Broekhuis, 1978.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.