Geldspreuken


  1. Geld speelt geen rol, totdat het bijna op is.
  2. Geld moet je minachten, vooral kleingeld.
  3. Als er geld in het spel is, moet je nooit als eerste getallen noemen.
  4. Over geld praat je niet, dat heb je.
  5. Wie geld heeft, is een draak. Wie geen geld heeft, een worm.
  6. Een verlies dat met geld goedgemaakt kan worden, is maar een klein verlies.
  7. Geld groeit niet aan de bomen, het wordt ervan gemaakt.
  8. Geld stinkt, maar wie het heeft, ruikt het niet.
  9. Voor geld doe ik alles, zelfs werken.
  10. Trouw niet voor het geld, lenen is goedkoper.
  11. Met geld kun je geen geluk kopen. Maar wel een staf van deskundigen betalen
    om het probleem te bestuderen.
  12. Geld alleen maakt niet gelukkig. Je hebt ook aandelen, obligaties, goud en
    onroerend goed nodig.
  13. Waarom hebben vrouwen geld nodig: ze roken niet, ze drinken niet, ze gokken
    niet en vrouwen zijn ze zelf al.
  14. De Feniciërs hebben het geld uitgevonden, maar waarom zo weinig?
  15. Geld is niet alles. Een man met 20 miljoen euro kan net zo gelukkig zijn als
    een man met 21 miljoen euro.
  16. Iedere dwaas kan geld verdienen, maar er is een verstandig mens voor nodig
    om het uit te geven.
  17. Geld maakt niet gelukkig, dat heeft het met armoe gemeen.
  18. Geld maakt niet gelukkig, maar gelukkig maken ze geld.
  19. Als het om geld gaat, heeft iedereen hetzelfde geloof.
  20. Wie een beurs om zijn hals draagt, wordt nooit opgehangen.
  21. Ik hoef niet te zwemmen in m’n geld, maar pootjebaden vind ik heerlijk.
  22. De meeste vrouwen kunnen beter geld opmaken dan bedden.
  23. Blijf nooit in bed liggen tenzij dat je veel geld opbrengt.
  24. Geld maakt ongelukkig, vooral het geld dat je niet hebt.
  25. Het leveren van kwaliteit kost geld. Het niet leveren van kwaliteit kost
    kapitalen.
  26. Geld is net als sex: onbelangrijk als je er genoeg van hebt.
  27. Geld maakt niet gelukkig, geen geld maakt zeker niet gelukkig.
  28. Geld moet rollen, maar dan wel mijn kant op.
  29. Nooit zeggen: “Ik heb geen geld.”Je moet altijd zeggen: “Daar kan ik op het
    ogenblik geen geld voor vrijmaken.”
  30. Geld lijkt op vet: van beide is er genoeg alleen op de verkeerde plaats.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *