Beroemde laatste woorden


  • Alexander de Grote (356-323 voor chr.), die gebieden had veroverd van Macedonië tot en met Pakistan, stierf op 33-jarige leeftijd, met zijn laarzen aan, en zei: “Er zijn geen werelden meer over om te veroveren!”

  • Hannibal (247-183 voor chr.), Carthaagse leider en vijand van Rome die per olifant over de Alpen heentrok: “Laat ons nu de Romeinen van hun angsten ontslaan door de dood van een zwakke oude man.”

  • Julius Caesar (100-44 voor chr.) heeft zelfs twee laatste zinnen. Hij werd in 44 voor christus door Brutus vermoord. “Et tus Brute?” Ook gij Brutus. En: “Tu quoque, fili mi?” Ook gij, mijn zoon? Allebei de zinnen zijn mogelijk, tenslotte was Brutus zijn aangenomen zoon.

  • Keizer Augustus (63 voor chr.-14 na chr.): “Heb ik mijn rol goed gespeeld? Zo ja, applaudisseer dan, want de komedie is voorbij!”

  • Cesare Borgia (1476-1507), staatsman: “Ik heb overal voor gezorgd in de loop van mijn leven, behalve voor de dood, en nu moet ik volledig onvoorbereid sterven.”

  • Leonardo da Vinci (1452-1519), Italiaanse uitvinder en kunstenaar, stierf in 1519 met de woorden: “Ik heb God en de mensheid beledigd omdat mijn werk niet de kwaliteit bereikt heeft die het gehad zou moeten hebben.”

  • Niccolo Machiavelli (1469-1527), Florentijns diplomaat en politiek filosoof, die stierf in 1527, vermoedde zijn verkozen lot en rechtvaardigde zich door te zeggen: “Ik wens naar de hel te gaan en niet naar de hemel. In de eerste zal ik het gezelschap van pausen, koningen en prinsen genieten, terwijl in de laatste alleen maar bedelaars, monniken en apostelen zijn.”

  • Sir Thomas More (1477/1478-1535), Engels Katholiek staatsman die onthoofd werd in 1535 op bevel van Henry de Achtste, voor zijn overtuigingen, omdat hij Henry’s echtscheiding niet wilde ondersteunen : “Help me a.u.b. veilig omhoog (het schavot op); voor het omlaag gaan zal ik zelf zorgen.”

  • Anne Boleyn (1507-1536), protestantse echtgenote van Hendrik de Achtste. Voordat ze onthoofd werd op bevel van haar echtgenoot Hendrik de Achtste, merkte ze op: “De beul is, geloof ik, heel deskundig; en mijn nek heel slank.”

  • Hendrik de Achtste (1509-1547). Toen het zijn beurt was, zei hij : “Zo, nu gaat alles eraan : Rijk, lichaam en ziel!”

  • Willem van Oranje (1533-1584) werd in 1584 door Balthasar Gerards vermoord. Het laatste wat hij zou hebben gezegd: “Mon Dieu, ayez pitié de mon âme et de ce pauvre peuple.” Mijn God, heb medelijden met mijn ziel en mijn arme volk.

  • Sir Thomas Scott (?-1621)(, ooit president van het Engelse Lagerhuis zei: “Tot op dit moment dacht ik dat er geen God noch hel was. Nu weet ik en voel ik dat ze alle twee bestaan en ik ben aan de verdoemenis overgeleverd door het rechtvaardige oordeel van de Almachtige.”

  • Thomas Hobbes (1588-1679), Engelse filosoof: “Nu is het mijn beurt om een sprong in het duister te doen!”

  • James Scott, hertog van Monmouth (1649-1685) (tot zijn beul): “Er zijn zes guineas voor je, en hak me niet zoals je met mijn Heer Russell gedaan hebt.”

  • Dr. William Hunter (1718-1783): “Als ik de kracht had om een pen vast te houden, zou ik schrijven hoe makkelijk en heerlijk het is om te sterven.”

  • Chrétien Guillaume de Lamoignion de Malesherbes (1721-1794) , tegen zijn priester die de laatste sacramenten uitsprak: “Hou je mond! Je ellendige gekwetter maakt me misselijk.”

  • Georges Danton (1759-1794), tegen zijn beul, tijdens de Franse Revolutie: “Laat mijn hoofd aan het volk zien, het is ’t waard om gezien te worden.”

  • John Newton (1725-1807), oorspronkelijk een slavenhandelaar, had een dramatische verandering van hart die hem er toe bracht om zijn slavenschip om te draaien en de mensen terug naar hun thuisland te brengen. Hij werd een Presbyteriaanse predikant en predikte tegen de slavenhandel, hetgeen William Wilberforce inspireerde die de afschaffing van de slavernij teweeg bracht in Engeland en haar koloniën. Hij is het meest beroemd door het schrijven van de woorden van de hymne “Amazing Grace”. Toen zijn einde naderde, riep hij uit: “Ik ben nog steeds in het land van de stervenden; Ik zal spoedig in het land van de levenden zijn.”

  • Ludwig von Beethoven (1770-1827): “Vrienden, applaus, de komedie is voorbij.”

  • Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832): “Meer licht!”

  • Heinrich Heine (1797-1856), de beroemde scepticus, veranderde later zijn houding. Toen hij stierf, zei hij: “God zal me vergeven. Het is nou eenmaal zijn baan.”

  • Thomas Jonathan ‘Stonewall’ Jackson (1824-1863): “Laten we over de rivier heen gaan en onder de schaduw van de bomen rusten.”

  • Generaal John Sedgwick (1813-1864), Union bevelhebber in de Amerikaanse Burgeroorlog, werd doodgeschoten tijdens de Slag van Spotsylvania Court House in 1864
    terwijl hij naar de vijandelijk linie keek: “Ze zouden zelfs geen olifant kunnen raken op deze afst…”

  • Henry John Temple Palmerston (1784-1865) : “Sterven, mijn beste dokter? Dat is het laatste wat ik zal doen.”

  • Karl Marx (1818-1883), op zijn doodsbed omringd door kaarsen die hij ter ere van Lucifer brandde, schreeuwde tegen zijn verpleegster die hem vroeg of hij nog laatste
    woorden had: “Ga weg, ga d’r uit! Laatste woorden zijn voor dwazen die niet genoeg gezegd hebben.”

  • Crowfoot (1830-1890), Amerikaanse Blackfoot Indiaanse redenaar: “Wat is het leven? Het is de flits van een vuurvliegje in de nacht. Het is de adem van een buffel in de
    winter. Het is de kleine schaduw die over het gras glijdt en zichzelf in de zonsondergang verliest.”

  • Oscar Wilde (1854-1900), terwijl hij champagne zat te drinken op zijn doodsbed: “En nu ben ik boven mijn inkomen aan het sterven.”

  • Lawrence Oates (1880-1912), Britse onderzoeker, die zichzelf opofferde in 1912 in een poging om zijn uitgehongerde metgezellen te redden tijdens Scott’s expeditie
    naar de Pool: “Ik ga een beetje naar buiten, en misschien duurt het wel even.”

  • De verpleegster Edith Louisa Cavell (1865-1915) voordat ze voor een Duits vuurpeleton geleid werd in 1915: “Patriotisme is niet genoeg. Ik moet jegens niemand haat of bitterheid hebben.”

  • Pancho Villa (1877-1923), Mexicaans revolutionair leider: “Laat het nou zo niet eindigen. Vertel ze dat ik iets zei?”

  • H. G. Wells (1866-1946): “Ga alsjeblieft weg…Alles is in orde.”

  • William Somerset Maugham (1874-1965), Britse auteur, stierf in 1965 en zei toen: “Sterven is een ontzettend saaie en grijze affaire. En mijn advies aan je is, dat je er dan ook niets mee te maken moet hebben.”

  • Winston Churchill (1874-1965) schreef in zijn autobiografie: “Ik had de oorlog kunnen voorkomen!” (Tweede Wereldoorlog). Hij zei op zijn doodsbed, waarschijnlijk gepijnigd door
    de dood van de miljoenen oorlogslachtoffers op zijn geweten: “Wat een dwaas ben ik geweest!”

  • Jean-Paul Sartre (1905-1980): “Ik heb gefaald!”

Bron: o.a. www.uitvaartraad.be.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.