Eetbare paddestoelen

Een paar van de meest geconsumeerde paddestoelen.


  • De champignon (Latijnse naam Agaricus bisporus) is de meest gegeten paddestoel ter wereld (38 % van de totale hoeveelheid gecultiveerde paddestoelen) en kan gemakkelijk gekweekt worden. Dit type paddenstoel heet eigenlijk voluit Champignon de Paris.

  • De oesterzwam (Latijnse naam Pleurotus) is na de champignon wereldwijd de tweede meest gegeten eetbare paddestoel (25 % van de totale hoeveelheid gecultiveerde paddestoelen). China is de grootste producent. Verschillende soorten kunnen op koolstofhoudend materiaal groeien zoals op stro of zelfs op oude kranten. In het wild groeien ze het meest op hout.

  • De tropische beurszwam of rijst-stro-paddestoel (Latijnse naam Volvariella volvacea) is goed voor 16% van de wereldwijde consumptie van gecultiveerde eetbare paddestoelen, maar is in ons land minder bekend.

  • De in ons land als shiitake bekend staande paddestoel (Latijnse naam Lentinus edodes) wordt voornamelijk gebruikt in de Aziatische keuken en is goed voor nog eens 10% van de wereldwijde consumptie van gecultiveerde paddestoelen.

  • De morielje behoort tot de soort paddestoelen bekend onder de Latijnse naam Ascomycetes, en wordt voornamelijk gevonden in open struikgewas op beboste terreinen of onbegroeid terrein, in de late lente. Bij het zoeken van deze paddestoel moet goed opgelet worden hem niet te verwarren met de giftige valse morielje (Latijnse naam Gyromitra esculenta).

  • De cantharel (Latijnse naam Cantharellus cibarius) ook wel hanenkam genoemd, is een van de lekkerste en makkelijkst herkenbare van de niet cultiveerbare eetbare paddestoelen. Maar men moet bij het zoeken goed opletten omdat er enige ernstig giftige (maar meestal niet dodelijk giftige) soorten paddestoelen zijn die er op lijken.

  • Het eekhoorntjesbrood (Latijnse naam Boletus edulis) is bekend om zijn nootachtige smaak. Het is een veelgezochte paddestoel gebruikt in een groot aantal culinaire schotels.

  • De truffel behoort ook tot de groep van Ascomycetes, en er zijn vele variaties van. Onder andere de Tuber magnatum, de Tuber aestivum, de Tuber melanosporum en de Tuber brumale. Het eetbare vruchtlichaam van de truffel groeit ondergronds op het mycorrhiza oftewel wortelschimmel van enkele bomen zoals de eik, de populier en de hazelaar. Omdat truffels extreem moeilijk te vinden zijn gebruikt men vaak getrainde honden, of vroeger zelfs varkens, om ze door middel van hun geur op te sporen. Ze zijn daarom extreem kostbaar, maar als delicatesse ook zeer gewild.

  • De zwavelzwam (Latijnse naam Laetiporus sulphureus) is een ook in Nederland voorkomende eetbare zwam, maar wordt hier niet vaak gegeten. Hij heeft een wat zurige smaak die sommigen vinden lijken op de smaak van kippenvlees.

  • De geschubde inktzwam (Latijnse naam Coprinus comatus) moet direct na het plukken geconsumeerd worden omdat hij al gauw in een soort van halfvloeibare zwarte inkt verandert. Alleen de verse hoeden en stengels zijn dus eetbaar.

  • Het gewone fluweelpootje (Latijnse naam Flammulina velutipes) Is een kleine zwammetje met een opvallend oranje glanzend kleverige hoed, en groeit bij voorkeur op dood hout, maar ook op wondplekken. In de Japanse keuken is hij bekend onder de naam enokitake of winterpaddestoel.

Bron: Wikipedia.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *