Ambtenaren-eed


    Bij de aanvaarding van hun ambt leggen ambtenaren (schriftelijk) de volgende eed of belofte af:
  • ‘Ik zweer (beloof) dat ik trouw zal zijn aan de Koning en dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen.
  • Ik zweer (verklaar) dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling.
  • Ik zweer (verklaar) dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen.
  • Ik zweer (verklaar) dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling van niemand giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen.
  • Ik zweer (beloof) dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben.
  • Ik zweer (beloof) dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden
  • Zo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!).’

Bron: o.a. Overheid.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.