Dramatische afscheidswoorden in de politiek


  1. ‘Ik trek mij terug in de nevels van het veelkleurige herfstbos.’ Van Agt in 1982, toen hij zich na vervroegde verkiezingen plotseling terugtrok als CDA-leider ten faveure van Lubbers.
  2. ‘Het is de bitterste ervaring in het werk dat ik als een opdracht zag en zie.’ Den Uyl maart 1977 in de Tweede Kamer na de val van zijn kabinet.
  3. ‘Het is beter dat ik straks wat ga studeren, werken, bidden en tot mezelf komen.’ Lubbers op een partijbijeenkomst in Woerden in 1993, in een aankondiging van zijn afscheid als premier en CDA-leider.
  4. ‘Er zijn dagen van geluk en dagen van verdriet. Dit is niet bepaald een dag van geluk.’ Brinkman na zijn aftreden als CDA-fractieleider en politiek leider in augustus 1994.
  5. ‘Ik hoop dat er nog leven is na de politieke dood, maar ik weet dat eerlijk gezegd niet zeker.’ Roel in ’t Veld op een persconferentie in juni 1993, na zijn twaalf dagen durende staatssecretariaat van Onderwijs.
  6. ‘Ik mocht gewoon niet meer slagen. Er moest een daad worden gesteld.’ Braks in 1990 na zijn aftreden als minister van Landbouw en Visserij wegens de visfraudezaak.
  7. ‘Ik kan het CDA het niet aandoen onder deze last verder te gaan.’ Aantjes op de persconferentie in het Kamergebouw in 1978, daags na de onthullingen van Lou [OF LOE??]de Jong over zijn gedragingen in de oorlog.
  8. ‘It’s my party and I’ll cry if I want to.’ Elske ter Veld in 1993 na haar gedwongen aftreden als staatssecretaris van Sociale Zaken.
  9. ‘Ik heb twee grote fouten gemaakt. Ik heb te snel ja gezegd tegen het verzoek om staatssecretaris van Defensie te worden en ik heb de tegenstand tegen mijn benoeming schromelijk onderschat.’ Schwietert in 1982 na zijn drie dagen durende staatssecretariaat van Defensie. Schwietert moest vertrekken omdat hij had gelogen over zijn loopbaan. Hij had zich ten onrechte doctorandus genoemd.
  10. ‘Een minister van Defensie behoort zich tot het uiterste te verdedigen, maar hij heeft tevens tot taak de verliezen te beperken.’ Van Eekelen in 1988 in de Kamer bij zijn gedwongen aftreden als minister van Defensie wegens de paspoort-affaire.

Bron: Trouw, 24 april 1998.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.