Onvrijwillig opgestapte politici


  1. Sydney van den Bergh (VVD). Kwam in 1959, krap twee maanden minister van Defensie, in opspraak omdat hij het als weduwnaar met een getrouwde, hoewel bijna gescheiden, vrouw had aangelegd en met deze Amerikaanse, moeder van een kind, in een hotel in Amerika had verbleven. Van de katholieke premier De Quay hoefde hij niet weg, maar de liberale vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken Korthals vond dat het niet kon en dus trad Van den Bergh af. Theo Joekes, het voormalig VVD-Kamerlid, beweerde een paar jaar geleden dat de ware reden Van den Bergh de Verenigde Staten niet meer in kon was, dat hij het kind van zijn minnares had meegenomen naar Nederland, wat volgens Amerika werd beschouwd als kidnapping, omdat de moeder van het kind nog niet was gescheiden. Van den Bergh zou dus, minister van Defensie of niet, bij het betreden van Amerikaanse bodem terstond zijn gearresteerd.
  2. Jan Smallenbroek (ARP). Trad in 1966 als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Cals af, nadat hij met wat glazen oude jenever achter het stuur enkele geparkeerde wagens in Den Haag had geschampt.
  3. Willem Aantjes (CDA/ARP). Trad in 1978 af als CDA-Kamerlid en fractieleider, nadat historicus Lou de Jong onthullingen had gedaan over de gedragingen in de oorlog die Aantjes had verzwegen.
  4. Charl Schwietert (VVD). Moest in 1982 opstappen als kersvers benoemd staatssecretaris van Defensie, nadat Trouw had onthuld dat hij ten onrechte de drs-titel voerde en, anders dan hij beweerde, nooit luitenant was geweest. De commentator van Trouw vatte de val van oud-tv-journalist Schwietert in drie dagen samen als ’tik-tak-boem’.
  5. Harry van den Bergh (PvdA). In 1987 afgetreden als PvdA-Kamerlid, nadat hij wegens handel in aandelen (Fokker) met vermeende voorkennis in opspraak was geraakt.
  6. Loek Duyn (CDA). Kamerlid dat in 1988 aftrad, nadat hij meer dan eens in opspraak was geraakt, eerst door het door de televisie geregistreerde gebruik van een verboden krik bij de geboorte van een kalf, later door rijden onder invloed en amok maken in een politiebureau.
  7. Albert Jan Evenhuis (VVD). Staatssecretaris van Economische Zaken, kwam in 1989 in opspraak wegens persoonlijke financiële problemen waarover hij de Kamer onjuiste informatie verstrekte.
  8. Roel in ’t Veld (PvdA). Trad in 1993 na twaalf dagen af als staatssecretaris van Onderwijs, nadat hij wegens bijklussen als hoogleraar in opspraak raakte.
  9. Ewan Rozenblad (PvdA). In 1994 kort na zijn aantreden als Kamerlid afgetreden nadat via Trouw was uitgekomen dat hij zijn loopbaan iets te mooi had afgeschilderd.
  10. Hamid Houda (PvdA). Kamerlid, raakte in 1997 in opspraak toen aan het licht kwam dat hij inkomsten als ondernemer niet verdisconteerde met zijn salaris als parlementariër en twee werkneemsters hem beschuldigden van intimidatie en aanzetten tot liegen tegenover de fiscus.
  11. Bram Peper (PvdA). Minister van Binnenlandse Zaken raakte in 1999 in opspraak door zijn declaratiegedrag als burgemeester van Rotterdam.
  12. Philomena Bijlhout (LPF).Staatssecretaris van Emancipatie en Gezinszaken. Beëdigd 22 juli 2002 rond 1 uur, afgetreden rond 10 uur ’s avonds dezelfde dag. Reden: Zij had onjuiste informatie verstrekt over haar verleden als militielid in Suriname in 1983.
  13. Ayaan Hirsi Ali (Magan) (VVD). Kamerlid, raakte in 2006 in opspraak toen aan het licht kwam dat zij haar Nederlanderschap op oneerlijke wijze zou hebben verkregen. Vreemd genoeg was het al in 2004 bekend dat zij had gelogen over haar naam, leeftijd en woonplaats. Toen werden er geen stappen ondernomen.

Bron: Trouw, 25 april 1998 en Steemers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.