Pittige uitspraken van mannelijke politici over vrouwen


  1. ‘Mevrouw, gaat u maar koken.’ Pim Fortuyn tegen journaliste Wouke van Scherrenburg. Fortuyn was even daarvoor afgebekt door Paul Rosenmöller.
  2. ‘Een moeder, want het is toch meestal de moeder, moet om halfvier terug zijn van haar werk, zodat ze thuis kan zijn voor haar kinderen. Dat moet je goed organiseren. Maar vrouwen maken heel vaak de keus om dat niet te willen, want daar hebben ze geen zin an.’ Pim Fortuyn meldde dit in de treinkrant Spits.
  3. ‘Er zijn veel pitspoezen in Den Haag.’ Het CDA-kamerlid Hans Hillen in het feministisch maandblad Opzij over vrouwelijke collega’s.
  4. ‘Als ik een mooie vrouw zie, kijk ik een andere kant op.’ SGP-fractieleider Bas van der Vlies, toen hij uitlegde hoe mannen met begeerte moeten omgaan.
  5. ‘Zo’n vrouw is wel vijftig koeien waard.’ VVD-fractieleider Bolkestein ‘op Afrikaanse wijze’ over zijn partijgenote Erica Terpstra. Zij vond de uitspraak wel grappig.
  6. ‘Kamerleden mogen van mij ook naar de hoeren. Mij een zorg, breng ze maar het Kamergebouw binnen.’ VVD-kamerlid Jos van Rey. Hij probeerde zo duidelijk te maken dat politici ook maar gewone mensen zijn.
  7. ‘Feministes eng? Nee hoor, ik ken geen enge vrouwen.’ GPV-fractieleider Gert Schutte in Opzij.
  8. ‘Kan dat wel een vrouw als commissaris, stel dat er openbare-ordeproblemen komen?’ Een anonieme adviseur van minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman, toen deze in 1974 Tineke Schilthuis wilde benoemen tot commissaris van de koningin in Drenthe. De reactie van de Ouwe Gaay: ‘Ach, in Drenthe gebeurt niet zoveel.’ In de daarop volgende jaren maakte Schilthuis als commissaris liefst vier gijzelingsacties van Molukse jongeren mee (de treinkaping bij Wijster in 1975, de treinkaping bij De Punt en de gijzeling van een school in Bovensmilde in 1977, de bezetting van het provinciehuis in Assen in 1978). Ze werd later geprezen voor haar bestuurskracht bij die affaires.
  9. ‘Nog een vrouw? We hebben de freule toch al?’ Volgens de overlevering de reactie van een CHU-Kamerlid op de verkiesbare plaats van mevrouw Haars op de kandidatenlijst van de unie voor de Tweede Kamer.
  10. ‘Mevrouw Bakker.’ Premier Lubbers, tot drie keer toe tijdens de algemene beschouwingen in 1982 tegen CPN-fractievoorzitter Ina Brouwer. Zij was de opvolgster van Marcus Bakker.
  11. ‘Ik vind u een takkewijf.’ Het VVD-kamerlid Frans Weisglas tegen Opzij-hoofdredactrice Cisca Dresselhuys. Weisglas werd pisnijdig toen Dresselhuys tijdens een radiodiscussie over mannen in de huishouding bleef volhouden dat hij te weinig deed aan de was.
  12. ‘Het is een meisje en we noemen haar Els.’ D66-leider Hans van Mierlo bij de presentatie van Els Borst tot kandidaat-lijsttrekker.’

Bron: Trouw, 26 januari 1999 en Spits, 1 mei 2002.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *