Lokale lekkernijen


  1. Amsterdamse uien
  2. Arnhemse meisjes (koekjes)
  3. Bloemendaalse kruidnoten
  4. Bossche bollen (soort moorkoppen)
  5. Bossche Koek
  6. Deventer koek
  7. Friese duimpjes
  8. Gelderse worst
  9. Goudse stroopwafels
  10. Groninger koek
  11. Groninger boerenleverworst
  12. Groninger boerenmetworst met kruidnagel
  13. Haagse hopjes
  14. Haagse kakker (koek gevuld met spijs en krenten)
  15. Haarlemmer olie (nou ja, lekkernij…)
  16. Haarlemmer halletjes (koekjes)
  17. Kamper uien (in tegenstelling tot de Amsterdamse kun je deze niet eten; het zijn namelijk in Kampen voorgevallen dwaze gebeurtenissen)
  18. Katwijkse knip (een soort grote janhagel)
  19. Leidse kaas
  20. Liempds Klumpkesbrood
  21. Limburgse stinkkaas (ook wel: Hervekaas of Herfse kaas)
  22. Limburgse vlaai (ook wel: Limburgse kaas)
  23. Nijmeegs Marikenbrood (een luxe brood met amandelspijsvulling en vanillesaus)
  24. Rotterdamse kermis (bessenjenever met suiker)
  25. Scheveningse botjes (soort gevulde koek in de vorm van een vis)
  26. Twentse krentenwegge (groot rozijnenbrood van één meter lang)
  27. Twentse baklever en bakbloedworst
  28. De Udenhoutse broeder ( lekkernij van zoete koek)
  29. Utrechtse sprits
  30. Vlaardingse ijzerkoekjes (op een plaat gebakken koekje met kaneel)
  31. Voorburgse klinker (koek gevuld met spijs en krenten)
  32. Weesper moppen (koekjes)
  33. Westfriese krentenmik
  34. Zeeuwse babbelaars

Bron: o.a. Corriejanne Timmers, Taalkalender, 1998 en Steemers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *