Regels voor pakkendragers

Universele regels voor de pakkendragers.

  1. Direct bij het gaan staan dient de man zijn jasje dicht te knopen. Zittend kan het jasje beter open zijn.
  2. In elk geval dient het knoopje op taillehoogte dicht te zijn. De knoop daarboven mag ook dicht, maar het onderste knoopje wordt nooit gesloten.
  3. Jasjes moeten dicht aansluiten op het lichaam, zonder plooien.
  4. Grijs en donkerblauw verdienen de voorkeur. Antraciet is beter dan zwart. Kriebelige of al te opdringerige strepen dienen vermeden te worden.
  5. Hou het jasje altijd aan, ook al is het snikheet of smeekt de fotograaf lekker spontaan in hemdsmouwen te poseren. Slechts stakingsleiders die havenarbeiders toespreken, mogen het jasje uit.
  6. De mouwen van het stralend witte hemd dienen enkele centimeters onder die van het pak uit te komen. Draag bij voorkeur hemden met een dubbele manchet en een manchetknoop. Draag nooit hemden met korte mouwen, tenzij u in de tropen bent.
  7. Een horloge is “not done” onder een pak, niet tijdens feestelijke gebeurtenissen en ook niet tijdens begrafenissen.
  8. Zorg voor en verzorgd kapsel. Kort of lang haar: bezoek de kapper elke zes weken. Bestrijd uitgeschoten nek-, neus- en wenkbrauwhaar, ongelijke bakkebaarden en borsthaar dat boven boord en das uitgroeit.
  9. Dassen reiken precies tot op de broekband.
  10. Broekspijpen dienen enigszins te rusten op de schoenen, waarvan ze de neus en de halve wreef ruim in zicht laten komen. Alleen kleine mannen kunnen een iets te korte broek.
  11. Wie voor het voetlicht moet treden, doet dat in een pas geperste broek, die beslist geen lange autorit achter de rug heeft.
  12. Draag hoge, donkere sokken. Bij het zitten mag geen stuk bloot, harig scheenbeen te voorschijn komen.
  13. De handen mogen nooit in de zakken. Ga nooit, als een voetballer in een muurtje, met beide handen voor het kruis staan.

Bron: o.a. Elsevier, september 2003.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.