Dagen van de week

Agenda

En hun betekenis.

  • Maandag: een vertaling van het Latijnse dies lunae (‘dag van de maan’).
  • Dinsdag: waarschijnlijk genoemd naar een verder onbekende, Germaanse god Thingsus, de god van de volksvergadering. Een andere mogelijkheid is een verband met ding in de betekenis ‘vastgestelde tijd voor de rechtszitting’. Mogelijk werd er in vroeger tijden op dinsdag rechtgesproken. In het Latijn heette de dinsdag dies Martis: de dag van Mars, de oorlogsgod.
  • Woensdag: genoemd naar Wodan, de Germaanse oppergod. Bij de Romeinen was woensdag de dies Mercurii: de dag van Mercurius, de god van de handel en winst.
  • Donderdag: genoemd naar de Germaanse god Donar (Thor), de god van de donder. Donar werd vereenzelvigd met de Romeinse god van het onweer, Jupiter. Vandaar ook dat de dies Iovis (‘de dag van Jupiter’) door de Germanen naar Donar werd vernoemd.
  • Vrijdag: genoemd naar Freya, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de wellust. Haar Romeinse tegenhanger was Venus, naar wie deze dag bij de Romeinen vernoemd was (dies Veneris).
  • Zaterdag: een vertaling van het Latijnse dies Saturni: dag van Saturnus, de god van de landbouw. Zater is een verbastering van Saturnus.
  • Zondag: een vertaling van het Latijnse dies solis (‘dag van de zon’).

Bron: Onze Taal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *