Rijmsoorten


  • Assonantie. Ook wel klinkerrijm genoemd. In deze vorm bevatten de rijmwoorden identieke klinkers, bijvoorbeeld drank en ramp.

  • Alliteratie. Ook wel stafrijm of beginrijm genoemd. Bij dit rijmtype berust de overeenkomst op de eerste letter(s), bijvoorbeeld ‘de dronke drugsdealer’. Alliteratie wordt vaak gebruikt om een rijmzin ‘lekker te laten rollen’ (het sluwe slaafje sloeg de slome slager); alliteratie is veel voorkomend in (reclame)slogans (Heerlijk Helder Heineken)

  • Acconsonantie. Bij deze vorm berust de rijm op de slotmedeklinkers van lettergrepen, bijvoorbeeld wand en hond. Deze rijmvorm wordt in de Nederlandse poëzie niet zoveel gebruikt.

  • Pararijm. Dit rijmtype is een combinatie van alliteratie en acconsonantie, bijvoorbeeld rook en raak. Net als acconsonantie is pararijm vrij zeldzaam in onze taal.

  • Rijk rijm. Deze rijmvorm is gebaseerd op volledige gelijkheid van de beklemtoonde lettergrepen, bijvoorbeeld voldaan en ontdaan. Deze rijmvorm is niet zo populair door zijn ‘saaiheid’.

  • Bij een zuiver volrijm moet aan vier voorwaarden worden voldaan:

    – gelijkheid van de klinkers in de laatste beklemtoonde lettergreep

    – gelijkheid van alle klanken volgend op de laatste beklemtoonde lettergreep

    – verschil in de medeklinkers voorafgaand aan de laatste beklemtoonde lettergreep

    – vergelijkbare klemtoonstructuur

    (Sinterklaas en pieterbaas voldoet aan de vier voorwaarden van volrijm)

  • Bij een mannelijk rijm wordt de laatste beklemtoonde lettergreep tevens de laatste lettergreep van het woord (drank en stank), van vrouwelijk rijm als er nog een lettergreep volgt na de laatste beklemtoonde lettergreep (drinken en klinken) en van onzijdig rijm als er nog twee onbeklemtoonde lettergrepen volgen (treuzelen en peuzelen).

  • Wanneer samengestelde woorden worden gebruikt, waarbij de klemtoon op het eerste woord valt, is het een schrikkelrijm (bijvoorbeeld: slagader / dader). Deze rijm combinatie is dan ook niet correct.

  • Als de eerste woorden ook op elkaar lijken, is er sprake van dubbelrijm (bijvoorbeeld: meedragen en veewagen).

  • Niet correcte rijmvormen zijn: bastaardrijm (fair en ster), schijnrijm (poes en roest), oogrijm (zij staat er, en drinkt water). Verder wordt er nog wel eens aan ‘rijmkracht’ ingeleverd door gebruik van rijmwoorden die te veel overeenstemmen in betekenis zoals olijk/vrolijk en weifelen/twijfelen; dat is een slap volrijm.

Bron: Jaap Bakker’s Nederlands rijmwoordenboek, Ooievaar Pockethouse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *