Slappe humor uit de jaren vijftig


  • Dag meneer de koekepeer.
  • Jongelui: jong en lui.
  • Hoelang is een Chinees?
  • Wat is de verleden tijd van komkommersla? Kwamkwammersloeg.
  • Wat is het tegenovergestelde van Bulgarije? Koe sta stil.
  • Maleachi waarom lach ie? Habakuk z’n broek is stuk. Daniël die maakt hem wel.
  • Hoe heette de vader van Zebedeus’ zonen?
  • Amsterdam die grote stad, met hoeveel letters spelt men dat?
  • Wat nu, wat nu, zei Pichegru.
  • Ik heb het benauwd, zei de man aan de galg.
  • Komaan, zoals de man zei tegen de nauwe laars.
  • Er zat een jong getje met een bene pen hartje in de g van genis.
  • Hallo, hallo wie stinkt er zo? Het mannetje van de radio.
  • Wie het eerste ruikt heeft zelf zijn gatje gebruikt.
  • Neef en nicht vrijt allicht, maar broer en zuster nog veel geruster.
  • Doris Day heeft een snee, hier vandaan tot Enschede.
  • Constant had een hobbelpaard, zonder kop en zonder staart. Zo reed hij de kamer rond. Zomaar in zin blote Cont(stant had een hobbelpaard….)
  • Moe mag ik in de kast piese, in de kast piese, in de Kaspische Zee gaan zwemmen?
  • Ik houd van u, ik hou van u, ik hou van ulevellen.
  • Hou jij van mij, hou jij van mij, hou jij van meikersen?
  • Mag ik je kussen….hebben?
  • De meid die op de poepdoos zat, die kreeg een kogel door haar….hoofd
  • Als het waar is, zei de notaris, dat dit meisje pas achttien jaar is, dan pak ik haar maar is.
  • Hé(te melk en kouwe thee).
  • Hoe heet de koning van Wezel? Ezel.
  • Wat eet de koningin van Beieren? Eieren.
  • Tot in de pruimentijd.
  • Zuster, m’n hoofdkussen.

Bron: o.a. Joost Prinsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *