Streektalen en -dialecten

Hoe hoger het getal hoe verder de taal of het dialect afstaat van het Nederlands.


  1. Zuid-Hollands
  2. Kennemerlands
  3. Waterlands
  4. Zaans
  5. West-Fries-Noord-Hollands
  6. Utrechts-Alblasserwaards
  7. Zeeuws
  8. West-Hoeks
  9. Zeeuws-Vlaams
  10. Zuid-Gelders
  11. Noord-Brabants en Noord-Limburgs
  12. Limburgs
  13. Veluws
  14. Gelders-Overijssels
  15. Twents-Graafschaps
  16. Twents
  17. Stellingwerfs
  18. Zuid-Drents
  19. Midden-Drents
  20. Kollumerlands
  21. Gronings en Noord-Drents
  22. Fries
  23. Bildts, Stads-Fries, Midlands en Amelands.

Bron: Dialecten in Nederland.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *