Kamerleden die vervolgd zijn wegens discriminatie/belediging


  • 1899: Pieter Jelles Troelstra (SDAP, voorloper van de PvdA): betichtte een
    officier van justitie van klassenjustitie (één maand op water en brood).

  • 1939: Henricus Ruyter (Rooms-Katholieke Staatspartij, een voorloper van het
    CDA): had het NSB-Kamerlid Rost van Tonningen uitgemaakt voor landverrader,
    buiten de officiële spreektijd in de Tweede Kamer (25 gulden boete).

  • 1978: Theo Joekes (VVD): had tijdens een spreekbeurt in het land gezegd dat
    Zuid-Molukkers beneden een bepaalde leeftijd het land moesten worden
    uitgezet (1.000 gulden boete).

  • 1996: Leen van Dijke (RPF, een voorloper van de Christen Unie): zei in een
    interview “Waarom zou een praktiserende homo-seksueel beter zijn dan een
    dief?” (in hoger beroep vrijgesproken).

  • Tot drie maal toe, o.a. in 1997: Hans Janmaat (Centrum Democraten):
    discriminatie en het aanzetten tot etnische zuiveringen wegens uitlatingen
    als “vol is vol” en “eigen volk eerst” en de uitspraak “Wij schaffen, zodra
    we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af”
    (diverse geldboetes en voorwaardelijke gevangenisstraffen; de laatste zin
    kostte hem 7.000 gulden boete en twee weken voorwaardelijk).

  • 2010: Geert Wilders (PVV): groepsbelediging, het opzettelijk beledigen van
    moslims wegens hun godsdienst, haat zaaien en aanzetten tot discriminatie
    (rechterlijke uitspraak nog onbekend).

Bron: Haarlems Dagblad, 9 oktober 2010.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.