Uitdrukkingen en gezegden uit de bijbel (Statenvertaling)

 

  • Als een zoutpilaar staan.
    Uit Genesis 19:26: En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar. Tijdens de vlucht uit Sodom en Gomorra was het Lot en de zijnen verboden achterom te kijken. Lots vrouw doet het toch, verandert hierop in een zoutpilaar en kan zo niet ontkomen aan het zwavel en vuur dat over de verdorven steden wordt uitgestort. Betekenis: onbeweeglijk stilstaan.
  • Ben ik mijn broeders hoeder?
    Uit Genesis 4:9: En de HEERE zeide tot Kaïn: Waar is Abel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? Kaïn heeft Abel zojuist gedood maar stelt hier toch dat hij niet verantwoordelijk is voor zijn broer. Betekenis: iemand niet waarschuwen voor de gevolgen van jouw handelen.
  • Bij de pakken neerzitten.
    In Genesis 49:14 omschrijft Jakob zijn zoon Issaschar als een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken. Van vermoeidheid of uit moedeloosheid niet verder kunnen, de boel verwaarlozen. Issaschar (Issakar) was de negende zoon van Jakob, de vijfde bij Lea.
  • De eerste steen werpen.
    Uit Johannes 8:7: Die van u lieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.
    Een vrouw wordt beschuldigd van overspel, een feit dat in die tijd met steniging bestraft werd. Geen van de rechters en omstanders is echter zelf ‘schoon’ genoeg om haar daadwerkelijk te kunnen veroordelen.
  • Door het oog van een naald kruipen.
    Vrij naar Mattheus 19:24, Marcus 10:25 en Lukas 18:25: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.
    Een kemel is een kameel. Betekenis van de uitdrukking: op het nippertje aan gevaar ontkomen.
  • Een lust voor het oog.
    O.a. gebruikt in Genesis 3:6: En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen. Betekenis : mooi.
  • In het zweet uws aanschijns.
    Uit Genesis 3:19: In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt. Als straf voor het overtreden van Gods gebod moeten Adam en Eva voortaan werken voor de kost. De uitdrukking betekent ‘zwoegend’.
  • In zak en as zitten.
    Uit Esther 4:1: en hij trok een zak aan met as. In tijden van rouw droegen de oude Israëlieten een zakvormig kleed en strooiden ze as op het hoofd. De uitdrukking betekent nu ‘in de put zitten’.
  • Met twee maten meten.
    Gebaseerd op Mattheus 7:2: en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden. De moraal van het vers is dat zoals je anderen behandelt, zo zul je zelf behandeld worden. Iets aangepast: als je over iemand oordeelt, doe dat dan met dezelfde maatstaven als waarmee je jezelf beoordeelt.
  • Met zijn talenten woekeren.
    Komt uit Mattheus 25, waarin het verhaal verteld wordt van een heer die op reis gaat en zijn geld verdeelt onder zijn knechten. Twee knechten besteden het geld goed; de derde doet er echter niets mee en ontvangt de toorn van de heer wanneer deze terugkomt. Een talent was in die tijd een muntsoort; met woekeren wordt bedoeld maximaal benutten, zonder negatieve bijklank.
  • Muggenziften.
    Naar Mattheus 23:24: Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt. Jezus foetert de schriftgeleerden uit die zich enkel bezighouden met details, terwijl ze de grote zaken uit het oog verliezen. Uitzijgen betekent haarfijn zuiveren, ontleden; doorzwelgen betekent in een keer doorslikken. Betekenis: vitten op kleinigheden.
  • Op twee gedachten hinken.
    Uit 1 Koningen 18:21: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na! Betekenis: besluiteloos of niet consequent zijn.
  • Teken aan de wand.
    In Daniël 5 verschijnt tijdens een feestmaal van de koning plotseling een hand die een paar woorden op de wand schrijft. Niet veel later is de koning dood. Betekenis: een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren.
  • Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.
    Uit Mattheus 12:34: want uit den overvloed des harten spreekt de mond. Betekenis: te gemakkelijk spreken over datgene waarvan men vervuld is.
  • Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard vergaan.
    Uit Mattheus 26:52: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan. Als Jezus gevangen wordt genomen, hakt een van zijn metgezellen het oor af van een aanvaller. Jezus raadt die reactie af.
  • Zondebok.
    Uit Levithicus 16:21: en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen. God draagt Aäron op alle zonden van het volk op een bok te leggen en die vervolgens de woestijn in te sturen. Betekenis: iemand die overal de schuld van krijgt.
  • Zwaarden tot ploegscharen omsmeden.
    Vrij naar Jesaja 2:4: en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren. Betekenis: de wapenen neerleggen en iets zinvols gaan doen. Jesaja voorspelt een rijk waarin alle volken vreedzaam samenleven.
    Bron: www.statenvertaling.net

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *